Open beker vs 360° beker: wat is beter voor je kind?

Open beker vs 360° beker: wat is beter voor je kind?

Veel ouders komen op een gegeven moment op hetzelfde punt. Je kind groeit, wil steeds zelfstandiger drinken en dan komt automatisch de vraag welke beker nu eigenlijk de beste keuze is.

De 360° beker, zoals bijvoorbeeld van Munchkin, Difrax of Mepal, is populair omdat hij morsen helpt beperken. Het drinken komt pas vrij wanneer een kind aan de rand zuigt, waardoor er minder snel geknoeid wordt. Voor veel ouders voelt dat als een veilige en praktische oplossing, vooral in het begin.

Toch zit er een duidelijk verschil tussen een 360° beker en een open beker.

Het verschil in hoe je kind drinkt

Bij een 360° beker moet een kind zuigen om te drinken. Daardoor lijkt het drinken meer op een rietje of tuitbeker. Het drinken komt gecontroleerd vrij, maar een kind leert minder goed hoe het zelf een beker moet kantelen en doseren. En juist dat is de vaardigheid die uiteindelijk nodig is.

Daarnaast zijn er een paar aandachtspunten waar niet altijd bij stil wordt gestaan. Doordat een kind blijft zuigen in plaats van echt te drinken, kan dit invloed hebben op de ontwikkeling van de mondmotoriek. Dat speelt een rol in hoe de spieren in de mond worden gebruikt en hangt ook samen met de spraakontwikkeling.

Ook wordt er in sommige gevallen een verband gezien met de stand van tanden en het risico op tandcariës, omdat drinken op deze manier anders door de mond beweegt en vaak langer contact maakt met het gebit.

Bij een open beker werkt het anders. Je kind ziet wat er gebeurt, voelt hoeveel eruit komt en leert gaandeweg zelf sturen. Niet perfect in één keer, maar precies zoals het hoort.

Daardoor ontwikkelt je kind een natuurlijke drinktechniek en krijgt het steeds meer controle over lippen, tong en kaak. Dit helpt bij de ontwikkeling van de mondmotoriek en sluit beter aan op hoe drinken later in het dagelijks leven gaat.

Daarnaast drinken kinderen uit een open beker vaak rustiger en bewuster. Dat maakt de overgang naar “normaal” drinken uiteindelijk veel logischer.

Waarom een open beker belangrijk is

Een open beker helpt je kind om zelfstandig te leren drinken, zonder afhankelijk te zijn van een hulpmiddel. Het sluit aan op de natuurlijke ontwikkeling en bereidt je kind voor op hoe het later ook zal doen.

Daarom adviseren veel experts om hier zo vroeg mogelijk mee te oefenen. Niet omdat het moet, maar omdat het logisch is.

Er zit alleen één nadeel aan open bekers: ze vallen om.

Zeker in het begin zorgt dat voor geknoei en soms ook frustratie. En dat is precies het moment waarop veel ouders toch weer teruggrijpen naar een gesloten beker.

De oplossing: STEDDI

De STEDDI drinkbeker is ontwikkeld om dat probleem op te lossen.

Het is een open beker, maar met één belangrijk verschil. Hij blijft gewoon staan bij normaal gebruik.

Daardoor kan je kind wél oefenen met echt drinken, terwijl jij niet continu bezig bent met opruimen. Dat maakt het hele proces een stuk relaxter, voor jullie allebei.

Daarnaast heeft de beker een afneembare, verstevigde basis. Hierdoor gebruik je hem later ook als een normale open beker. Zo groeit hij mee met je kind, van de eerste slokken tot volledig zelfstandig drinken.

Wat is nu het echte verschil?

STEDDI drinkbeker (open)
Drinkt zoals volwassenen, leert kantelen en doseren, ziet wat er gebeurt, ondersteunt de mondmotoriek, valt niet om, geschikt voor dagelijks gebruik en groeit mee met je kind.

360° beker (Miracle type)
Moet zuigen om te drinken, minder focus op echte drinktechniek, geen zicht op stroming, kan invloed hebben op mondmotoriek, spraak en gebit, kan omvallen of verschuiven en is vooral een praktische, tijdelijke oplossing.

Conclusie

Het verschil zit niet alleen in gemak, maar vooral in wat je je kind aanleert.

Een 360° beker is praktisch en helpt knoeien te beperken.
Een open beker helpt je kind echt leren drinken.

En als die open drinkbeker dan ook nog blijft staan, wordt het voor zowel ouder als kind een stuk makkelijker.

STEDDI - made to stay.

Terug naar blog